Menu

Stichting Stokroos

NL | EN

Paul Deiters Stipendium 2019

Misha de Ridder

Paul Deiters Stipendium, werkperiode bij Fundazion Nairs in Zwitserland


De Unterengadin is een relatief geisoleerd dal in het oosten van de Zwitserse Alpen. Het is het onderste stroomdal van de Inn voordat de rivier de grens naar Oostenrijk oversteekt. Stroomopwaarts ligt de Oberengadin waar de bekende wintersportplaats Sankt Moritz ligt. Ten westen is de Flüelapass, een hoge bergpas die toegang geeft vanuit Davos en de rest van Zwitserland. Via de Reschenpass kom je in het Italiaanse Zuid-Tirol.

Meer dan in andere rivierdalen gaat het in de Unterengadin over water. Een geologische bijzonderheid, het zogenaamde ‘Unterengadiner Fenster’, een tektonische stapeling van ouder op jonger gesteente, zorgt voor een veelheid van mineraalbronnen in het dal. Diep in een bebosde kloof aan de oever van de Inn is kunstcentrum Fundaziun Nairs gevestigd in het badhuis van een voormalig kuuroord, Kurhaus Tarasp, gesitueerd rondom enkele van de mineraalbronnen.
Nairs betekend zwart in de lokale taal, het Retro-Romaanse Ladin. Het is een verwijzing naar duisternis, in de winter komt in de kloof geen zon. Hier, in Fundaziun Nairs, heb ik met steun van het Paul Deiters Stipendium van Stichting Stokroos drie maanden gewoond en gewerkt.

Voor mij was het bijzondere landschap de reden om me aan te melden voor deze artist-in-residence. Meteen als je van de Flüelapass het dal in komt begint het sprookjeswonderland; woeste rivieren, ijle bergtoppen, dichtbegroeide bossen en weelderige Alpenweiden. Soms bekroop mij het gevoel dat het bijna te mooi was, maar kan iets te mooi zijn?

Het beeld wordt compleet gemaakt door Schloss Tarasp, een somber kasteel gebouwd op een hoge rotspunt dat het dal domineert. Dracula had hier gewoond kunnen hebben, maar nu is het slot in bezit van de illustere kunstenaar Not Vital, wiens naam iedereen in de streek op de lippen heeft. Want behalve uitzonderlijke natuur is er ook veel kunst en cultuur in de Engadin.
De kunstwereld heeft hier een omgekeerd seizoen: als in de grote steden in Europa de galeries voor de zomer de deuren sluiten, gaan ze hier open. Er is zelfs een vestiging van de galerie Hauser & Wirth. En onlangs heeft een Poolse verzamelaar een eigen museum in Susch geopend. Er is hier geen gebrek aan gefortuneerde kunstliefhebbers. De idyllische tot absolute perfectie gerestaureerde dorpjes bestaan voor het grootste deel uit tweede huisjes.

In juli begon ik met mijn verblijf in Nairs. Het was hoogzomer in het dal. Het water in de Inn stond hoog en bulderde met geweld door de kloof. Mijn plan was nieuw werk te gaan maken met als onderwerp ‘de verte’. Met fotografie en video wilde ik onderzoeken hoe onze waarneming beinvloed wordt door atmosferische optische effecten en werk maken waardoor de kijker bewust raakt dat het zien altijd plaats vind middels een medium: lucht.
De Engadin biedt de ideale omgeving voor dit onderzoek. Vanaf de Inn gaan bergwanden haast steil omhoog en geven boven toegang tot de Alpiene zone rond 3000 meter die een vrije blik biedt op eindeloze bergketens.

De eerste maand ben je in praktijk erg bezig met waar je bent. Niet in de laatste plaats omdat Nairs een woon- en werkplek biedt aan nog tien andere kunstenaars in uiteenlopende disciplines, van een abstracte schilders tot pianisten geimproviseerde jazz, van piepjonge beginnende curatoren tot gearriveerde schrijvers. Elke maand komt er een nieuwe lichting en er zijn ook veel gasten. Er wordt voor elkaar gekookt. Zo is Nairs behalve een plek om je te concentreren op het maken van je werk, ook een plek waar je mensen ontmoet en van gedachten kunt wisselen.
Uiteraard kan dat sociale aspect soms een beetje veel worden, maar gelukkig zijn daar de bergen.

Naast de deur ligt het Zwitsers Nationaal Park. Het biedt eindeloze mogelijkheden tot exploratie te voet, iets waar ik ten volle gebruik van heb gemaakt. In de loop van de eerste maand ben ik in mijn onderzoek naar de atmosferische effecten van de verte steeds meer met video gaan werken. Met een lange lens maakte ik opnamen van het trillen en golven van de hete lucht tussen de bergtoppen. Ook heb ik veel bewegingen van wolken en schaduwen van wolken gefilmd.
Dit heeft geresulteerd aan een rijkdom aan materiaal waar ik de komende tijd, weer terug in Nederland, mee aan de slag kan.

Maar na een maand, zo begin augustus, werd ik gefascineerd door iets anders dat me opviel in het landschap. Ik had al eerder genoemd dat het in de Engadin over water gaat, en over de bijzondere geologische omstandigheden. Het water maakt dat het landschap beweegt. Als het regent, en hard regenen kan het hier, ook in de zomer, komt alles in beweging. De poreuze bergen die vaak uit laagjes sedimentair dolomiet gesteente bestaan en waar zo het water in door kan dringen, zijn sterk onderhevig aan erosie. Het landschap heeft een bepaalde soort ‘zachtheid’. Het is moeilijk uit te leggen tot je het ziet. Of aan den lijve ondervind.

In 2013 was ik al eerder, in de herfst, anderhalve week met vriendin, dochter en zoon, in de Unterengadin. Na enkele dagen hevige regen maakten wij een tocht door de Clemgia Schlucht (kloof van de rivier de Clemgia). Op een steile helling verdween het pad plotseling letterlijk vanonder de voeten van mijn vriendin. Het regenwater van de afgelopen dagen had het pad ondermijnd. Mijn dochter van zeven kon nog net de hand grijpen van haar moeder en voorkomen dat ze in de diepte stortte een gewisse dood tegemoet in de bulderende Clemgia rivier, waar op dat moment hele boomstammen tegen de rotsen opengereten werden. Je kon de geur van de hars ruiken.
Ik trok mijn vriendin omhoog en bracht haar in veiligheid. Het is een gebeurtenis die we niet snel zouden vergeten.

Toen ik in augustus, zes jaar later, weer aan de oever van de Clemgia stond kwam de gebeurtenis weer naar boven. De kracht van het water was sterk aanwezig in de aanblik van het landschap. De kloof waarin de rivier stroomde leek wel een bomkrater. Doch aan de rand, in de bedding van de rivier groeiden kleine naaldbomen, het waren Alpendennen, of ‘Arven’. De bomen waren verwikkeld in een ware strijd voor hun bestaan, ze waren het enige dat er nog groeide.
Deze bomen ben ik gaan fotograferen. Ik raakte gefascineerd door hun vormen en kleuren, contrasterend met de blauw-grijze stenen in de rivier; en door de veerkracht van het leven die ze belichamen.

Het werd september, en opeens sloeg het weer om. Het begon op een dag te sneeuwen en de zomer was voorbij. De sneeuw was snel verdampt, maar toch was alles opeens anders. Mijn werk met de Clemgia zat erop en ik keerde terug naar mijn initiele onderzoek naar de atmosferische fenomenen in het hooggebergte. Het was een tijd van dingen afronden. De residency periode in Nairs werd afgesloten met een tentoonstelling op de eerste verdieping van het gebouw en met open ateliers.
Voor de tentoonstelling heb ik een grote print gemaakt van een ‘Arven-foto’ gemaakt in de Clemgia.

Drie maanden is een goede tijdspanne is voor een AIR. In de eerste maand orienteer je je, de tweede maand maak je het werk, en de derde maand kun je gebruiken om af te ronden.
Mijn werkperiode heb ik afgesloten in stijl met de beklimming van een laatste bergtop, samen met een andere kunstenaar uit het huis, een schilder.
In de Val Trupchun, een zuidelijk gelegen dal in het Nationaal Park, is het net alsof je op safari bent: bronstige herten, Murmeltieren, steenbokken, Bartgeier, vlinders en mieren.
Het laatste stuk naar de top van de Piz Saliente bestond uit losse stenen en natte sneeuw. Bij elke stap die ik deed, gleed ik een halve stap terug. Boven op het pad stond een reusachtige steenbok, een mannetje, twee donkere horens staken scherp af tegen de loodgrijze wolken die langzaam de top in nevelen hulden. Moeizaam klom ik verder. Toen ik weer opkeek was hij verdwenen.


Misha de Ridder Amsterdam, oktober 2019

mishaderidder.com

Fundazion NairsTerug